Leiderschapseffect

Eerder werd het leiderschapseffect door sociaal psychologen als ‘modelling effect’ benoemd. Het ‘modelling effect’ is het effect dat de actie van één persoon (model) heeft op de actie van een ander (Bekkers & Wiepking, 2011). Het ‘modelling effect’ is onderzocht in uiteenlopende situaties, zoals bij hulp bij autopech en (geld)donaties aan het Leger des Heils bij de uitgang van een warenhuis (Bryan & Test, 1967), bij (geld)donaties aan Amsterdamse orgeldraaiers (Lincoln, 1977), bij (geld)donaties aan de hartstichting en toezegging om contact op te nemen met de bloedbank voor een bloeddonatie (Reingen, 1982), bij donaties in respons op een brief via de post met een oproep voor donaties aan een goed doel dat zich richt op gezondheid (Vriens, Scheer, Hoekstra & Bult, 1998) en bij donaties in een laboratoriumexperiment waarin een statusverschil tussen de proefpersonen bestaat (Kumru & Vesterlund, 2005).

Conditionering

Om het ‘modelling effect’ te operationaliseren wordt, in de hierboven aangehaalde onderzoeken, het gedrag van respondenten, die geconditioneerd zijn door een model, vergeleken met de acties van respondenten die niet geconditioneerd zijn door een model. De verschijning van het model, de duur van de aanwezigheid van het model en het aantal modellen verschillen per onderzoek. Als gevolg daarvan verschillen de situaties waarin conditionering van een respondent wordt verondersteld.

Verschijning van het model

Bij de onderzoeken van Bryan en Test (1967), Lincoln (1977) en Kumru en Vesterlund (2005) wordt uitgegaan van een persoon als model die fysiek deel uitmaakt van het onderzoek en in het zicht van de proefpersonen helpt of doneert. Bij de onderzoeken van Reingen (1982) worden de namen van modellen tekstueel op een lijst gepresenteerd. Deze lijst wordt ook voorgelezen aan de respondenten. In het onderzoek van Vriens et al. (1998) worden de modellen in een brief aan de proefpersonen gepresenteerd door hun ondertekening van de brief (handtekening van een directeur van een gezondheidsinstituut of een professor in de gezondheidszorg).

Duur van de aanwezigheid van het model en conditionering

Bij het experiment met de autopech stellen Bryan en Test (1967) het model voor een langere tijd op bij de auto. Elke voorbijganger wordt als geconditioneerd beschouwd. Bij het experiment met de gelddonaties aan het Leger des Heils laten ze het model elke minuut op de hele minuut een donatie doen, waarna hij 20 seconden doorloopt. Iedereen die in deze twintig seconden ook de winkel verlaat wordt als geconditioneerd beschouwd. Na deze 20 seconden begeeft het model zich weer naar de winkel om de volgende minuut de cyclus te herhalen. Lincoln (1977) beschouwt voor elke voorbijganger aan de orgeldraaier telkens de voorganger (daarvoor ook een voorbijganger) als model voor die voorbijganger. Wanneer de voorganger doneert, wordt verondersteld dat de voorbijganger geconditioneerd is om ook te doneren. De respondenten in het onderzoek van Reingen (1982), aan wie een lijst met modellen is getoond en voorgelezen, worden als geconditioneerd beschouwd als hen, na een stilte van 2 seconden, om een donatie wordt gevraagd. In het onderzoek van Vriens et al. (1998) is de brief met de ondertekening van het model voor onbepaalde tijd in handen van respondent die daarmee als geconditioneerd wordt beschouwd.

Het aantal modellen

Bij de onderzoeken van Bryan en Test (1967), Lincoln (1977), Vriens et al. (1998) en Kumru en Vesterlund (2005) wordt, door de onderzoekers, per situatie één model benoemd of gepresenteerd, terwijl de lijsten van Reingen (1982) meerdere namen bevatten. Bryan en Test (1967) en ook Lincoln (1977) benoemen de mogelijkheid dat respondenten geconditioneerd kunnen worden door iemand die niet als model aangewezen is. Bijvoorbeeld, in het geval van Lincoln (1977), wanneer een voorbijganger de acties van de voorganger van zijn voorganger observeert. Lincoln (1977) neemt aan dat dit niet problematisch is, omdat het effect van het model enkel onderschat kan worden als dit effect niet meegerekend wordt in de analyse. Bryan en Test (1967) houden rekening met deze mogelijkheid door hun analyse conservatiever in te richten.

Implicaties voor het onderzoeksdesign

Onderzoeken naar het leiderschapseffect vertonen grote diversiteit. Toewijzing van de model- en conditioneringsstatus lijkt situationeel bepaald. Wie in een onderzoekssituatie optreedt als model en wanneer en voor hoe lang een respondent geconditioneerd is hangt sterk af van de aard van de onderzoekssituatie. Belangrijk is dat aangenomen moet kunnen worden dat deze willekeurigheid niet leidt tot een overschatting van het effect van conditionering; de analyse kan het beste conservatief worden ingericht. Het is dan niet problematisch om ook in dit onderzoek de toewijzing van de model- en conditioneringsstatus af te laten hangen van de aard van de situatie. De duur van conditionering wordt daarom binnen dit onderzoek vastgesteld op 24 uur, om de praktische reden dat het leengedrag ook wordt gemeten in eenheden van dagen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *